Hij is een monument van Tubantia, een man van naam van faam binnen het Hengelose voetbal. Henk Renssen was een middenvelder van graniet. Hard en onverzettelijk, maar ook begaafd en gepolijst. Renssen speelde in de jaren '50 en '60 betaald voetbal bij Rigtersbleek, Oldenzaal en Tubantia. Anno 1998 voetbalt hij nog steeds, bij Tubantia in het zevende elftal. Henk Renssen wordt op eerste kerstdag 65 jaar.
Henk Renssen 65 jaar: denken aan vroeger is mijmeren over zijn leven als voetballer. Nostalgie, weemoed. Prachtige momenten dansen door zijn hoofd. `Het is allemaal hard gegaan', kijkt Renssen terug. `Te hard, ja.' Hij was een middenvelder van staal. `Ik was een vuurvreter', zegt hij. `Echt bloedfanatiek. Als iemand mij voorbij ging, dan kwam-ie mij sowieso nog een paar keer weer tegen. Mannen als Johan Neeskens en Eric Gerets waren dan ook spelers naar mijn hart.' Maar vergis je niet: Henk Renssen was veel meer dan een giftige kuitenbijter alleen. Renssen kon ook heel aardig voetballen. `Ik was multifunctioneel. Ik heb zo'n beetje op alle plekken in het magische vierkant gespeeld', zegt hij.
Renssen, een geboren en getogen Hengeloër begon zijn loopbaan bij Tubantia, toen nog de club van `de kerels met de witte boordjes'. Na zijn dienstperiode kwam hij op 21-jarige leeftijd bij Rigtersbleek terecht. `Rigtersbleek speelde toen samen met Sportclub Enschede op het hoogste niveau', aldus Renssen. `Voetbal leefde in die dagen enorm, want er zaten toen aan de G.J. Van Heekstraat bij iedere thuiswedstrijd tussen de zeven- à achtduizend toeschouwers.' Het waren de middenjaren '50, de roerige dagen van de opkomst van het betaalde voetbal in Nederland. `Maar dat betaalde was een vaag begrip', aldus Renssen. `Dat kun je absoluut niet vergelijken met nu. Tegenwoordig hebben de voetballers allemaal een vast salaris, maar wij leefden van de premies. Voor een overwinning kregen wij zeventig gulden en voor iedere training vijf gulden.
En dat was het dan. Wij waren ook lid van de club waar we speelden en betaalden dus gewoon contributie. Eigenlijk stelde je als voetballer toen niks voor, want je werd met de meest vervelende contracten afgescheept. Bestuursleden konden doen en laten wat ze wilden.' Voetballers waren in die dagen semi-profs. `s Avonds werd er gewerkt, overdag gewerkt. `Ik verdiende de kost bij mijn vader in een pluimveevoederbedrijf', aldus Renssen, die Rigtersbleek na vijf seizoenen inruilde voor Oldenzaal. `Ik werd voor tienduizend gulden verkocht', weet hij nog. `De transfersommen waren toen ongelimiteerd. Als een club een bepaalde speler niet kwijtwilde, dan vroegen ze gewoon honderduizend gulden. En dat was natuurlijk enorm veel geld voor die tijd. Er was in die dagen echt sprake van koehandel. Als speler moest je het allemaal maar zelf uitzoeken, want een vakbond was er niet.'
Renssen werd in zijn loopbaan één keer wijzer van een contractbespreking. `Dat was na mijn tweede jaar bij Oldenzaal. Ik wilde eigenlijk weg, maar toen hoofdsponsor Gelderman (een textielfabrikant) mij vele stoffen aanbod, ben ik gebleven. Met die stoffen ben ik vervolgens de markt opgegaan en dat heb ik 32 jaar volgehouden.'
Renssen keerde in 1963 terug bij Tubantia en maakte daar de laatste vier jaren in het betaalde voetbal mee. `Met jongens als Bertus Strating (de spits die volgens de overlevering de ballen dwars door het net schoot), Jan en Frans Olde Riekerink, Bennie Wiggers en Jan Verdriet hadden we een hartstikke leuk elftal.' In 1967 viel het doek voor Tubantia in het betaalde voetbal. `De manier waarop dat ging was belachelijk', aldus Renssen. `Bij de stemming lagen de verhoudingen binnen de club dicht bij elkaar, maar het rare was dat wij als spelers van het eerste niet mochten stemmen. Wij betaalden wel contributie, maar hadden niks te vertellen. Over democratie gesproken! Als de spelers van het eerste destijds hadden mogen stemmen, dan was Tubantia nooit teruggegaan naar de amateurs.'
Renssen verkeerde toen al in de nadagen van zijn carrière en besloot vervolgens als trainer verder te gaan. Na achtereenvolgens KOSC, WVV, Tubantia en ATC van oefenstof te hebben voorzien, besloot Renssen er een punt achter te zetten.
Hoewel...helemaal gestopt is hij op z'n 64ste nog steeds niet. Want tegenwoordig traint hij iedere woensdagmiddag de allerkleinsten, de F-pupillen, van Tubantia. En daarnaast voetbalt hij ook nog, iedere zondag weer. `Ik speel in het zevende elftal, bij de veteranen', aldus Renssen. `De kracht is natuurlijk wat minder geworden, maar ik ben nog altijd fanatiek.' Volgend jaar is het veteranen-elftal van Tubantia 25 jaar bij elkaar. `Ik weet dat er bij ons wat jonkies van 57 zijn, die eigenlijk willen stoppen. Maar omdat ik nog steeds niet van opgeven wil weten, gaan zij ook maar door. Zij wachten dus echt op het moment dat ik stop, maar dat plezier gun ik ze niet. Want zolang ik me goed voel, blijf ik voetballen.' De plakboeken van Henk Renssen zijn het bewijs van zijn rijke voetbalverleden.

Lid BST

Lid BST

Sponsor

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Sponsor

Lid BST

Lid BST

Sponsor

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Hoofdsponsor

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Hoofdsponsor

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Hoofdsponsor

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Lid BST

Hoofdsponsor

Lid BST